De rozenkever
Volwassen rozenkevers (Phyllopertha
horticola) zijn 8-12 mm lang en hebben rood-bruine vleugels met een donkere zoom
en een donkergroen schild. Ze verschijnen afhankelijk van seizoen tot seizoen in
de maanden mei tot juni waardoor ze nogal eens verward worden met junikevers.
Tijdens de eerste nacht dat de adulten actief zijn vindt de paring plaats.
Diezelfde nacht nog kruipen de wijfjes in de grond en graven zich tot een diepte
van 10 tot 25 cm om er hun eieren af te zetten. Ongeveer 85% van de eitjes wordt
gedurende die eerste nacht gelegd. In de late voormiddag hierop volgend vliegen
de vrouwtjes weer uit. De typische lage vluchten vlak boven het grasoppervlak
zijn voor de rozenkever heel kenmerkend. Tijdens deze vluchten voeden de kevers
zich met bloemknoppen en bladeren van verschillende loofhoutgewassen. Dit noemt
men de periode van de rijpingsvraat. Na deze periode volgt een tweede ei
afzetting, die 3 tot 4 kilometer verderop kan plaats vinden. Wanneer de vluchten
van de volwassen kevers opgemerkt worden, zijn de eitjes dus al afgezet. Na 3
tot 6 weken komen de eerste larven uit. Deze zijn beige tot wit en hebben een
bruine kop. De jonge keverlarven, ook wel engerlingen genaamd, beginnen zich te
voeden met humusachtig materiaal. Tijdens het tweede larvestadium prefereren ze
haarwortels en in het derdelarve stadium vreten ze aan de wortels van het gazon
en andere planten. Hierdoor wordt de vochthuishouding van de plant sterk
ontregeld en sterven aangetaste planten na verloop van tijd af. In gazons zijn
de typische bruine plekken kenmerkend voor de aanwezigheid van de
rozenkeverlarven. De levensduur van de totale larvestadia bedraagt ongeveer
driekwart jaar. Voor andere keverlarven van dezelfde familie (Scarabaeidae)
zoals de junikever is dit 2 jaar en voor de meikever zelfs 4 jaar. Zodra de
temperatuur in het najaar begint te dalen verhuist het grootste gedeelte van de
larven naar diepere grondlagen. Als de temperatuur in het voorjaar stijgt komen
de keverlarven weer naar boven en herbegint hun vraat.

Schade
